Ubiquity …

Bij het opruimen kwam ik dit getuigschrift van het gym tegen: ik had toen net met lof klas V β afgerond. In mijn huidige werkzaamheden neem ik vaak de positie van overbrugger en vertaler in – dat zit misschien al een beetje verborgen in de Latijnse naam: Traiectus ad Mosam van mijn geboorteplaats, Maastricht. Traiectum is afgeleid van het werkwoord trans-iacĕre, letterlijk eroverheen werpen: een brug brengt je zo snel (voor de begrippen van die tijd) aan de overkant, dat het wel lijkt, dat je over de rivier heen wordt geworpen. Vertalen is ook een vorm van overbruggen, een brug slaan van het ene naar het andere taalgebied, van de ene naar de andere taalgeest. Ik was misschien niet de beste met wiskunde in die klas, maar ik had wél taalgevoel, waardoor ik als enige het woord ubiquity (alomtegenwoordigheid) goed wist te vertalen bij het eindexamen Engels: ubi = (overal) waar [vaak gecombineerd met ibi = daar], dus ubiquity is de kwaliteit van het waar dan ook zijn …
Terugblikkend realiseer ik me, dat dit één van m’n eerste, echte intuïties was: een boodschap van Uranus, een planeet die verbonden is met m’n Ascendant en zo een brug vormt naar een gebied van onmiddelijk inzicht in ’n hogere waarheid, een gebied waar ook uitvinders hun ideeën vandaan halen. Dit verleent een heel speciale kwaliteit aan ’t willen, een daadkracht die op het arrogante af kan lijken, omdat ze zo “onberedeneerd” kan overkomen …

Grenservaringen der ziel
Wat ik hierboven beschrijf, zijn eigenlijk een vorm van grenservaringen van de ziel.
In nevenstaand boek uit 2016 worden zo’n ervaringen, aan de hand van een aantal citaten van Rudolf Steiner, nog weer anders geduid. Op pagina 16 staat dit citaat uit het hoofdstuk De kosmische ontwikkeling en de mens uit Steiner’s Wetenschap van de geheimen der Ziel (GA 13):
De geestelijke wezens die de maan uit de aarde hebben getrokken en hun eigen bestaan met de maan hebben verbonden — en zo tot aarde-maanwezens werden —, brachten door de krachten die zij vanuit dit laatste hemellichaam naar de aarde zonden, een bepaalde vormgeving van de menselijke organisatie teweeg. Hun inwerking richtte zich op het door de mens verworven «Ik». In het samenspel van dit «Ik» met het astraallichaam, het etherlichaam en het fysieke lichaam kwam deze invloed tot uiting. Hierdoor ontstond in de mens de mogelijkheid om de wijsheidsvolle vormgeving van de wereld bewust in zichzelf te weerspiegelen, deze af te beelden als in een spiegeling van inzicht.

The Storr, op het schiereiland Trotternish van het eiland Skye in Schotland. (Fotograaf: Lukasz Pajor Bron: Shutterstock)
[pag 176] De invloed die van de op het maanniveau achtergebleven geestelijke wezens op de mens uitging, had voor deze laatste twee soorten gevolgen. Zijn bewustzijn werd het karakter van een pure spiegel van de kosmos ontnomen, doordat in zijn astrale lichaam het vermogen werd gewekt om van hieruit de bewustzijnsbeelden te regelen en te beheersen. De mens werd meester over zijn kenvermogen. Anderzijds werd juist het astrale lichaam het uitgangspunt van deze heerschappij; en het ik, dat als zodanig boven het astrale lichaam staat, raakte daardoor in een permanente afhankelijkheid van dit lichaam. Daardoor werd de mens voortaan aan de voortdurende invloeden van een lager element van zijn natuur blootgesteld. Hij kon gedurende zijn leven onder het niveau zakken waarop hij door de aardse-maanwezens in het kosmische proces was geplaatst. En in het vervolg bleef die voortdurende invloed van de beschreven irregulier ontwikkelde maanwezens op zijn natuur bestaan. We kunnen deze maanwezens, in tegenstelling tot de andere wezens die van de aardse maan uit het bewustzijn tot een kosmische spiegel maakten maar geen vrije wil schonken, luciferische geesten noemen. Deze gaven de mens de mogelijkheid in zijn bewustzijn een vrije activiteit te ontplooien, maar daarmee ook de mogelijkheid van de dwaling, van het kwaad.
[pag 178] Omdat de mens zich volgens zijn eigen, aan dwaling onderhevige voorstellingen aan de invloeden van de buitenwereld blootstelde, omdat hij zich in zijn leven door begeerten en hartstochten liet leiden die hij niet door hogere geestelijke invloeden liet sturen, ontstond de ontvankelijkheid voor «ziekten». Een bijzonder gevolg van de luciferische invloed was bovendien dat de mens zijn aardse leven niet als de voortzetting van een lichaamloos bestaan kon ervaren. Hij nam nu indrukken op die door het hem ingeprente astrale element konden worden beleefd en die zich verbonden met de krachten welke het fysieke lichaam afbreken. Dat ervoer de mens als het afsterven van zijn aardse leven. En de door de menselijke natuur zelf veroorzaakte «dood» trad daardoor op. Daarmee is op een belangrijk geheim van de menselijke natuur gewezen, op de samenhang van het astrale lichaam met ziekte en dood. [Nederlandse vertaling: Wijnand Mees]

Nazomer in Zeeland, Hotel Ter Zand, Burgh-Haamstede (Bron: NRC)
wanneer er warmte is, warmte in m'n hart, dan kijk ik heel anders naar mensen en dingen: geen oordeel meer dat afstand schept, maar écht inzicht in hun ware aard en een weten ook, dat mijn handen en voeten leidt om het goede te doen vol vertrouwen spreid ik zo m'n ziele-vleugels uit om gedragen te worden door de geesteswind
Deze afbeelding is de vóórstudie voor een glas-in-lood raam dat Pie Coenen, mijn opa aan moederszijde, heeft gemaakt: een zeer Michaëlisch beeld.
Quatuor pour la fin du Temps
Op een zondag, waar de evangelie lezing van de opwekking van de jongeling van Naïn (Lukas 7) klinkt, hoorde ik dit op Klara: Louange à l'éternité de Jésus,
het vijfde deel uit Messiaen’s
Quatuor pour la fin du Temps.
Deze muziek componeerde Messiaen in het concentratiekamp, om te worden uitgevoerd door de daar aanwezige musici, heel jenseitige muziek die rechtstreeks spreekt tot het hart en wat warmte moet hebben gebracht in die desolate omgeving.
Ik maakte kennis met deze muziek in een periode van bezinning in m’n leven, toen ik - begin dertig - nog druk bezig was in de chemie, terwijl mijn verlangen om werkzaam te worden als arts steeds duidelijker werd.
